Burg. Stulemeijerlaan 1 4611 EH Bergen op Zoom Tel. 0164-210090

7 februari 2019

Tips voor werkgevers en werknemers – februari 2019

Zieke werknemer houdt recht op leaseauto

Het is verstandig om als werkgever bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst met uw werknemer goede afspraken te maken over het gebruik van een leaseauto en andere bedrijfsmiddelen. Dit blijkt maar weer eens uit de volgende recente gerechtelijke uitspraak.
Een werknemer is al ruim 15 jaar werkzaam als officemanager en rijdt een leaseauto van de zaak. Op het moment dat hij ziek wordt, moet hij na korte tijd zijn auto, tankpas en telefoon inleveren. De werkgever heeft deze nodig, nu hij net een bedrijf heeft overgenomen. Omdat de werknemer al vanaf zijn indiensttreding zowel zakelijk als privé gebruikmaakt van de leaseauto, is er sprake van een bestendig gebruik. Dit mag dan ook, net als het al enkele jaren toegekende gebruik van de telefoon, als een arbeidsvoorwaarde worden gezien, oordeelt de rechter. De werknemer kan dan ook een vervangende vergoeding eisen vanwege de inname van de bedrijfsauto en de blokkering van zijn tankpas.

Tip
U kunt bijvoorbeeld ten aanzien van het privégebruik vastleggen dat de werknemer de auto bij ziekte moet inleveren na een aantal nader te bepalen weken, zonder dat hij/zij recht heeft op financiële compensatie.


Werknemer heeft vaker recht op transitievergoeding

In het najaar van 2018 deed de Hoge Raad, de hoogste rechter, een belangrijke uitspraak. Daaruit blijkt namelijk dat een werknemer ook recht kan hebben op een transitievergoeding (in 2019: maximaal € 81.000 of een jaarloon als dat hoger is) bij een gedeeltelijk ontslag of bij inkrimping van het aantal arbeidsuren.

De zaak betreft een lerares met een volledige dienstbetrekking die na 2 jaar ziekte wordt ontslagen. Haar werkgever biedt haar echter aansluitend een dienstverband aan voor 55%. De Hoge Raad vindt dat de werkneemster recht heeft op een gedeeltelijke transitievergoeding, als sprake is van een substantiële en structurele vermindering van arbeidsuren. Onder een ‘substantiële’ vermindering moet worden verstaan een reductie van de arbeidstijd van ten minste 20%. Onder ‘structurele’ vermindering van arbeidsuren verstaat de Hoge Raad een vermindering die naar redelijke verwachting blijvend is. Bijvoorbeeld vanuit bedrijfseconomische redenen of bij langdurige gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (24 maanden).

Tip
In dit laatste geval kunt u, als werkgever, de transitievergoeding vanaf april 2020verhalen op het UWV. Maar deze maatregel werkt terug tot 1 juli 2015. Het is dan ook verstandig om betaalde transitievergoedingen na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid te registreren. U kunt dan in 2020 eenvoudig het bedrag bepalen, waarvoor u compensatie kunt krijgen bij het UWV. Het is bovendien raadzaam om in het geval de dienstbetrekking wordt beëindigd door middel van een vaststellingsovereenkomst, daarin op te nemen dat het dienstverband is beëindigd op uw initiatief wegens langdurige arbeidsongeschiktheid van uw werknemer.


Meer vrijwilligerswerk met behoud van WW

Hebt u een WW-uitkering? In dat geval heeft u sinds 1 januari 2019 meer mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen. U kunt dan met behoud van uw uitkering vrijwilligerswerk doen bij meer organisaties en instellingen zonder winstoogmerk. Tot nu toe moest die organisatie een algemeen nut beogende instelling (anbi) zijn of een sociaal belang behartigende instelling (sbbi). Door de uitbreiding kunt u bijvoorbeeld ook met behoud van uw uitkering vrijwilligerswerk doen voor sportverenigingen of buurtinitiatieven.

Verhoging onbelaste vrijwilligersvergoeding

Werkt uw vereniging of stichting met vrijwilligers? Dan past u waarschijnlijk de vrijwilligersregeling toe op de vergoeding die zij ontvangen voor hun werkzaamheden. Als aan de voorwaarden van deze regeling wordt voldaan, is er geen sprake van een dienstbetrekking. De vrijwilliger is dan geen werknemer, de betaalde vergoeding is geen loon, waarover dus ook geen loonheffing hoeft te worden ingehouden. De voorwaarden hebben onder meer betrekking op de maximale hoogte van de vergoeding per maand en per jaar. Per 1 januari 2019 is de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding verhoogd van € 150 per maand en € 1.500 per jaar naar € 170 per maand en € 1.700 per jaar. De uurvergoeding die de Belastingdienst hanteert om te beoordelen of sprake is van vrijwilligerswerk, is verhoogd van maximaal € 4,50 naar € 5.


Overige tips

Wie bewijst krijgt alsnog aftrek betaalde lijfrentepremie

U heeft het mogelijk zelf al eens bij de hand gehad; u bent vergeten om de door u betaalde lijfrentepremie in de aangifte inkomstenbelasting af te trekken. Niet getreurd, er is dan toch nog zoiets als de saldomethode waarvan u gebruik kunt maken. Deze methode houdt in dat een deel van de toekomstige uitkeringen onbelast blijft. Van belang is wel dat u moet kunnen aantonen dat de lijfrentepremie is betaald én niet is afgetrokken. De lijn in de rechtspraak is hier vrij hard. Kunt u de premiebetaling niet bewijzen? In dat geval wordt uw verzoek tot toepassing van de saldomethode geweigerd. Het is daarom verstandig om oude aangiftes en betalingsbewijzen zorgvuldig te bewaren.

Voorlopige aanslag of teruggaaf laten aanpassen

Heeft u inkomsten waarover geen loonheffing wordt ingehouden en u pas achteraf inkomstenbelasting moet betalen? U kunt dan een voorlopige aanslag aanvragen, zodat u de verschuldigde inkomstenbelasting gespreid over het jaar alvast betaalt. Heeft u aftrekposten waarmee bij de vaststelling van de aanslag inkomstenbelasting rekening gehouden moet worden, dan kunt u alvast om een voorlopige teruggaaf vragen, zodat u de teruggaaf alvast krijgt in maandelijkse termijnen in de loop van het jaar. In beide gevallen vindt de eindafrekening met de Belastingdienst plaats na afloop van het jaar, wanneer u de aangifte inkomstenbelasting hebt ingediend. Heeft u dan te weinig inkomstenbelasting betaald of juist te veel teruggaaf gehad, dan moet u die belasting alsnog betalen. Vanaf 1 juli van het jaar na het betreffende belastingjaar betaalt u bovendien 4% belastingrente. Dat kunt u voorkomen door de voorlopige aanslag of teruggaaf tijdig te laten aanpassen. Doet u dit aan het begin van het jaar, dan kan daarmee in de komende termijnen nog rekening gehouden worden.

Tip
Verwacht u een wijziging in uw inkomen of in uw privéomstandigheden? Of heeft u uw hypotheek overgesloten naar een hypotheek met een veel lagere rente, waardoor u minder renteaftrek heeft? Dan moet u waarschijnlijk uw voorlopige aanslag of teruggaaf laten aanpassen aan de nieuwe situatie.

Geen belastingrente meer bij tijdig en correct aangifte doen

Dient u uw aangifte inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen 2018 (IB-aangifte 2018) vóór 1 mei a.s. in en wordt de aanslag conform uw aangifte vastgesteld? In dat geval wordt er geen belastingrente (4%) in rekening gebracht. Dat is ook het geval als u tijdig aangifte erfbelasting doet of tijdig verzoekt om een voorlopige aanslag en de Belastingdienst de (voorlopige) aanslag vaststelt conform de aangifte of het verzoek. Het tarief van de belastingrente blijft ongewijzigd.

« Terug naar nieuws

© 2019 Van Meel & Jonkers | Privacybeleid - Cookieverklaring
Van Meel en Jonkers

Van Meel en Jonkers